Zacharias
Lukas begint zijn Evangelie met een priester in de tempel, die vanwege ongeloof niet in staat was om voor het volk de zegen uit te spreken. Hij besluit zijn Evangelie echter met een Hogepriester, Jezus Christus, die zegenend opvoer naar de hemel.
Wie is deze priester?
De genoemde priester is Zacharias, uit de achtste priesterorde, van Abia (1 Kronieken 24:10) uit het geslacht van Aäron. Hij is dus een Leviet en ook getrouwd met een levitische vrouw, Elizabet. Zij behoorde tot de dochters van Aäron. Zacharias is de Griekse vorm van Zacharia en betekent 'De Heere is gedachtig geweest'.
Beiden hadden al een hogere leeftijd bereikt en bovendien was Elizabet onvruchtbaar, ze hadden geen kinderen. De engel Gabriël verkondigt in de tempel aan Zacharias, die juist een reukoffer had gebracht, dat Elizabet toch zwanger zal worden. Het kind dat geboren wordt moet Johannes heten en hij is de beloofde Elia, de voorloper van de Messias.
Waar woonden Zacharias en Elizabet?
Gezien de functie van Zacharias woonde hij waarschijnlijk in één van de Levietensteden in Judea. Dat kan eventueel Hebron zijn geweest.[1] Een andere mogelijkheid is Ein Kerem, dat maar 7 km. ten zuidwesten van Jeruzalem lag.[2] Enkele jaren geleden zijn daar in de kelder van de Johannes de Doperkerk de resten van een Joods ritueel bad (waterbekken) gevonden uit de tijd van Jezus’ rondwandelingen op aarde. Deze vondst laat in elk geval zien, dat op de bewuste plaats een priester moet hebben gewoond, omdat priesters zich driemaal daags geheel moesten onderdompelen. Zacharias zou hier gewoond kunnen hebben. Dit vermoeden wordt versterkt door een vondst in 1999 van een grot bij kibboets Tzuba, 4 km van Ein Kerem, waar gravures gevonden werden uit de Byzantijnse tijd (324 - 640 n.Chr.). Deze stellen scènes voor uit het leven van Johannes de Doper en zijn blijkbaar gemaakt door monniken uit Ein Kerem die hier iets van Johannes de Doper herdachten. Er is een afbeelding te zien van Johannes, die een staf en een dierenhuid draagt, een afbeelding van zijn hoofd en van zijn arm. Bij verder onderzoek werd er ook een installatie aangetroffen voor reinigingsrituelen. De grot zelf is waarschijnlijk al uitgehouwen tussen 800 en 500 v. Chr. en werd gebruikt voor onderdompelingen. Zou Johannes hier verbleven hebben? Vlakbij zijn geboorteplaats? Is dat de reden, dat de monniken hier de gravures hebben gemaakt? Het lijkt niet onmogelijk.
Familie van Maria
Lukas schrijft, dat Elizabet familie (syngenis, familielid, bloedverwante) was van Maria. Gelet op hun grote leeftijdsverschil van 30 tot 40 jaar zal Elizabet eerder Maria’s tante dan een nicht geweest zijn. Wij moeten hierbij dan waarschijnlijk denken aan een tante via Maria's ouders. Via Jozefs familie lijkt onwaarschijnlijk, omdat de tekst veronderstelt, dat Maria haar goed en dus al langer kent en weet waar zij woont. Regelmatig contact van Maria’s ouders met een broer of zus van hen is aannemelijker dan een in de familie verder verwijderde nicht. Maria zal Zacharias en Elizabet daardoor gekend hebben. Lukas lijkt tussen de regels door te bedoelen, dat Maria levitisch is, omdat hij alleen de familieband met de levitische Zacharias en Elizabet noemt. Hij weersprak dat elders niet en liet zo de indruk achter dat Maria levitisch was en zo ook haar vader. Deze was dan een broer van Zacharias of Elizabet.
Dat Maria’s verwantschap met Elizabet in het verleden meestal via haar moeder werd verklaard had als reden, dat men wilde dat haar vader Davidisch was zodat Jezus via Maria een Nakomeling van David zou zijn. De Bijbel noemt dit echter niet en wijst daarvoor juist naar Jozef, die daartoe nadrukkelijk “zoon van David” wordt genoemd (Matth. 1: 20) en als wettelijke vader wordt ingeschakeld.
Voetnoten:
[1] Statenvertaling kanttekening 49 bij Lukas 1:30: 'Kiriath-Arbe, dat is Hebron.'
[2] Volgens een bron uit de vierde eeuw. Zie Jozua 21:16 en 1 Kronieken 6.