Had Jezus Davids DNA?
Als deze vraag met ‘nee’ beantwoord wordt zullen er mensen zijn, die dat niet willen geloven. De Messias zou toch immers volgens de Schrift van David afstammen? Maar Jozef, die van David afstamt is Jezus’ biologische vader niet. Om die reden houdt men het er maar op, dat Maria een nakomelinge van koning David was.
Toch staat nergens in de Bijbel dat Maria uit het geslacht van David was. De Heilige Geest als Auteur van de Schrift vond dit blijkbaar niet relevant. Geen enkele evangelist deed moeite haar afstamming te vermelden. Die van Elizabet en Anna wordt door Lukas wel genoemd. Reken maar, dat vooral Lukas - die veel over Maria schrijft - het beslist vermeld had als Maria van David stamde. Integendeel, voor de evangelisten blijkt Maria's eigen afstamming er helemaal niet toe te doen. Dat maakt het vrijwel zeker dat zij geen afstammelinge van David was. Over Maria’s afstamming, zie ook de menu’s en Stamt Maria van David af? en Hypothesen Maria's afstamming
Wat dan? Hoe is Jezus dan toch een Nakomeling van koning David? Welnu, de evangelisten Mattheüs en Lukas wijzen verschillende malen op de Davidische afkomst van Jozef. Uit de volgende Schriftplaatsen blijkt Jozefs positie als verbindende schakel tussen David en Jezus.
- Mattheüs stelt direct in het eerste vers van zijn Evangelie (1:1) dat het geslachtsregister van Jozef ook dat van Jezus Christus, de Zoon van David is.
- In Mattheüs 1:6 lezen we: 'Isaï verwekte David, de koning; David, de koning, verwekte Salomo.' Mattheüs legt twee keer de nadruk op David als Koning en zó op de formele troonpretendenten Jozef en Jezus.
- In Mattheüs 1:17 schrijft hij 'Al de geslachten dus, van Abraham tot David … tot Christus zijn veertien geslachten. Het is één lijn van Abraham, David en Jozef naar Jezus.
- In Mattheüs 1:20 wordt Jozef door de engel aangesproken als zoon van David, dezelfde titel die in 1:1 aan Jezus wordt toegekend.
- In Mattheüs 1:18-25 werkt Mattheüs toe naar de climax in het laatste vers, waarbij Jozef als ingeschakelde nazaat van David en wettelijke vader bij de besnijdenis Jezus de naam geeft.
- Ook Lukas noemt vanaf 3:23 één lijn, namelijk van Christus, de Zoon van Jozef … van David … van Adam … van God.
- Lukas noemt driemaal Jozefs relatie met het huis van David in 1:27 ('een man, van wie de naam Jozef was, uit het huis van David), in 32 ('God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven') en in 69 ('een hoorn van zaligheid in het huis van David').
- Volgens Lukas 2:4 ging Jozef 'naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was'.
Conclusie: Jezus’ afstamming van David en het Messiaans Koningschap in de lijn van David worden in het N.T. consequent en uitsluitend aan de naam van Jozef verbonden. Nieuwtestamentische schrijvers noemen nooit Maria voor Jezus afstamming van David.
Ook Maria's positie wordt door hen wel zeven keer gerelateerd aan haar huwelijk met Jozef. Jezus wordt ontvangen én geboren binnen het huwelijk van Jozef en Maria. Bij de ontvangenis van Jezus is Maria ondertrouwd met (beter: uitgehuwelijkt aan) Jozef. Deze ondertrouw (het huwelijkscontract, de ketoeba) was het eerste deel van het huwelijk, waardoor zij als gehuwden golden. Zij woonden toen nog niet samen. Maar als Jezus geboren wordt, zijn zij intussen gaan samenwonen en dus volledig met elkaar getrouwd (Matth. 1:24,25). Jozef handelt dan in opdracht van een engel met Jezus alsof Hij zijn eigen zoon is. Hij noemt als wettelijke vader Jezus’ naam bij de besnijdenis. Zo is Jezus opgenomen in en gerekend tot Davids geslacht. Jezus deelt als een oudste Zoon volledig in de rechten van Jozef en is zo ook zijn erfgenaam (de troon van David, Lukas 1:33). Bij de kruisiging regelt Jezus dus ten rechte als oudste en verantwoordelijke Zoon de zorg voor Maria.
Jezus wordt dus van buitenaf toegevoegd aan het huis van David en werd zo de beloofde Davidszoon. Puur binnen het raam van de gegevens die de Schrift zelf verschaft wordt Jezus via Jozef aan Davids geslacht toegerekend en niet via Maria. We zetten de Davidische afkomst van Jezus dus juist op losse schroeven als we die definiëren vanuit Maria, want daarvoor ontbreekt elk Schriftuurlijk bewijs. Lees hiervoor verder onder het menu Het oordeel over Jechonia.
Dus: Jozef heeft Jezus niet voortgebracht, terwijl ook een genetische afstamming van David via Maria niet aan de orde is. Zo wordt het wonder van de geboorte van de Zaligmaker alleen maar groter en wonderlijker, met uitschakeling van enige menselijke inbreng, op welk vlak dan ook. De Schrift ontvouwt zelf dit dubbele wonder tot eer en heerlijkheid van Gods Naam en van Zijn ondoorgrondelijke wegen.
Zo wordt Gods eer vergroot.
In hoofdstuk 2 van het boek wordt het bovenstaande breder uitgewerkt. Daarin wordt vooral getoond hoe de beloften uit het Oude Testament, dat de Messias uit het ‘zaad’ van David zou komen, gelezen en verstaan moeten worden. Zie daarvoor ook het menu Zaad van David - lenden Davids
Jezus' eeuwig koningschap
Jezus stamt volgens de Schrift dus niet fysiek van David af.
De vraag doet zich voor: waarom moest dat zo zijn?
Jezus is de beloofde Nakomeling of Zoon van David (2Sm7:16) doordat hij juridisch de zoon van Jozef uit het geslacht van David is. Hij werd dus van buitenaf geschonken (Js9:5) aan het huis van David. Zo erfde Hij het recht op de troon van David (Lk1:32). Hij zou als Koning voor eeuwig heersen (Js9:6), Zijn Rijk zal geen einde hebben (Lk1:33). Een erfelijke troonopvolging zal er daarom niet meer zijn. Omdat Hij niet fysiek voortkomt uit David zet Hij dus wel het Davidisch koningschap voort, maar niet de aardse fysieke erfelijke troonopvolging. Jezus, de Gezalfde Messias-Koning, is zo de nieuwe David, in Wie het Davidisch Verbond op nieuwe wijze en in een nieuwe hoedanigheid is vervuld en voortgezet wordt. Hij vervult het niet alleen, maar vernieuwt het. Het is niet alleen maar het oude in een nieuw jasje, maar werkelijk nieuw: een universeel geestelijk en eeuwig Koningschap van vrede, heil en recht.
Bij deze nieuwe hoedanigheid past daarom, dat de Gezalfde Messias-Koning Jezus niet fysiek afstamt van koning David. Hij moest immers niet alleen Mens maar ook God zijn, als eeuwige Zoon van God van goddelijke oorsprong. Hij had geen aardse vader, maar is ontvangen van de Heilige Geest. De fysieke afstammelingen van David kunnen de eeuwige Koning op Davids troon niet voortbrengen (Jer. 22:30). Anders dan bij David en de davidische koningen na hem, is Christus’ Koningschap daarom niet aards, niet van deze wereld (Jh18:36,37), maar geestelijk en eeuwig. Er is dus zowel continuïteit (het Messiaans Koningschap van Davids huis) als discontinuïteit (een geestelijk, eeuwig Koningschap). De lichamelijke opstanding van Christus en zijn verhoging zijn de garantie voor de verwezenlijking van dit Messiaans eeuwig Koningschap (Hd2:30-36, Rm1:3,4). De niet-fysieke afstamming van Jezus van David en de ontvangenis van de Heilige Geest markeren zo het nieuwe van het Davidisch Verbond ten opzichte van het koningschap van David en zijn fysieke opvolgers.
Om dit nieuwe van Christus’ heilswerk uit te drukken kent het Nieuwe Testament het woord kainos (nieuw).(1) Het betekent iets nieuws in hoedanigheid, een nieuwe kwaliteit. Zoals in de uitdrukking van het Nieuwe Testament in Christus’ bloed (Lk22:20, 1Kor11:25) en voor Jezus’ uitspraak dat Hij de wijn nieuw zal drinken in Gods Koninkrijk (Mt26:29).
Illustratief is Mattheüs 9:17, waar Jezus zegt dat nieuwe (neon) wijn in nieuwe (kainous) wijnzakken gedaan moet worden. Het gisten van nieuwe wijn zou oude zakken stuk maken. Een oude wijnzak is niet minderwaardig of waardeloos, maar nieuwe wijn (Jezus Zelf, Zijn werk en leer) vraagt om een nieuwe (kainous) wijnzak. Vertaald naar ons thema wil dat zeggen: het oude Davidisch Verbond wordt nieuw voortgezet binnen een nieuwe werkelijkheid in het Koninkrijk der hemelen in een nieuwe hoedanigheid.
Voetnoot
(1). C.H. Hoogendoorn, De Waarheidsvriend, 15 januari 2026, p 5.
26012026 + 143