Wat zijn Wijzen of magiërs?

 

Afbeelding: Ziggoerat

Dit artikel is ook te downloaden via de button hieronder

 

Wat zijn Magiers?
PDF – 107,4 KB 144 downloads

Mattheüs 2

1. Toen nu Jezus geboren was in Bethlehem, in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het oosten kwamen in Jeruzalem aan,

2. en zeiden: Waar is de Koning van de Joden die geboren is? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden.

11. En toen zij in het huis kwamen, vonden zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Het. Zij openden hun schatkisten en brachten Hem geschenken: goud en wierook en mirre.

 

Wat zijn wijzen of magiërs?

In Mattheüs 2:1 staat dat er wijzen uit het oosten in Jeruzalem aankwamen. Het Griekse woord voor een wijze is magos (μάγος), meervoud magi. Er kan dus ook vertaald worden met magiërs. Van het Griekse woord is ook ons woord magie afgeleid. Daarbij denken wij aan tovenaars en die werden destijds ook zo genoemd. Maar astrologen worden ook magiërs genoemd. In het oude Oosten waren sterrenkundigen (astronomen) tevens sterrenwichelaars (astrologen). Zij stelden hun kennis van sterren en planeten in dienst van de astrologie. Astronomie en astrologie waren toen onderling verweven. Zij waren de geleerden, de wetenschapsmensen van toen. Dat zij astroloog waren betekent niet dat zij zich bezighielden met individuele horoscopie. Wel dat zij uit de standen van hemellichamen bepaalde conclusies trokken ten aanzien van belangrijke nationale of internationale gebeurtenissen, meestal op politiek gebied.   

Voor hun kennisniveau en werk moeten we gebruik maken van gegevens uit de eeuwen voorafgaand aan onze jaartelling. Daarover is inmiddels heel wat bekend, wat in tal van dikke boeken en wetenschappelijke artikelen uitgebreid is beschreven en bediscussieerd. Zonder hier in details te treden, gaat het er om, dat de hemellichamen door hen gezien werden als de exponenten van goddelijke, kosmische machten. Kennis en studie van alle hemelverschijnselen en de interpretatie daarvan was voor hen dus een manier om te communiceren met hun goden. Zij lazen er goddelijke boodschappen in. Daarom waren ze meestal aan het hof van een koning te vinden, zoals o.a. het boek Daniël ons ook laat zien. Zij hadden om die reden ook politieke invloed. 'In de Grieks-Romeinse wereld fungeerden deze magiërs als hoffunctionarissen die een nieuwe koning kozen en deze ook aanbaden door middel van proskynesis'.[1] Dit betekent: een eerbetoon brengen door te knielen of zich ter aarde te werpen.  

In de stand van de sterren meende men namelijk boodschappen van hun goden te kunnen lezen omtrent toekomstig heil of onheil. De kennis daarvan werd dan ook hoog aangeslagen. Veelal waren magiërs dan ook priester. Vanuit de Babylonische cultuur is bekend, hoe zij vanuit hoge tempeltorens (ziggoerats, zie afbeelding boven) de sterren bestudeerden. Wat lazen ze dan in de sterren? Op een gevonden kleitablet uit Mesopotamië komt bijvoorbeeld de volgende aantekening voor: ‘Veertiende dag van deze maand: Venus onzichtbaar, de maan verduisterd: ongeluk voor Elam en Syrië, vrede in ons land’. Er zijn intussen duizenden kleitabletten gevonden met gegevens over waarnemingen in spijkerschrift. Er waren overigens wel betekenisverschillen, afhankelijk van de vraag om welke magiërs het ging, uit welke streek of tijdsperiode. 

Hun kennis van zaken op astronomisch gebied was overigens wel bewonderenswaardig groot. Belangrijke verschijnselen, zoals zons- en maansverduisteringen en conjuncties (samenstanden) van sterren en planeten, konden zij voorspellen, wel vierhonderd jaar van tevoren en tot op een enkele dag nauwkeurig, zoals uit gevonden documenten is gebleken. Er zijn tabellen (almanakken) bekend, waarin zij nauwkeurig per maand en dag voorspelden welke sterren en planeten er zouden verschijnen en in welk sterrenbeeld en met de bijbehorende maanstand. Van planeten gaven ze zelfs de hele verschijningscyclus weer, van eerste heliakische opkomst, retrograde beweging en stationaire fasen, tot haar verdwijning uit de nachtelijk hemelkoepel. 

 

Wie zijn de magiërs uit Mattheüs 2?

Mattheüs 2 verschaft ons geen precieze informatie over hun herkomst. Er wordt slechts gezegd dat zij uit het oosten komen. Dat is een nogal rekbaar begrip. Astrologie werd de eeuwen door op tal van plaatsen beoefend, van China, Perzië, Mesopotamië, Babylonië tot in o.a. Griekenland en Arabië toe. 

Babel ligt qua afstand en mate van beoefening van astrologie voor de hand. Al blijft het vreemd, dat de magiërs niets van de staatkundige situatie in Judea of Palestina afweten. Je zou dat wel verwachten omdat Babel ook weer niet zover van Palestina aflag. Ze zoeken een geboren Koning, maar ze gaan niet naar het paleis van koning Herodes, waar ze het Kind konden verwachten. Het lijkt er op, dat ze niet eens weten dat Herodes koning is. Op het congres in 2014 werd duidelijk dat de Assyrische, Mesopotamische en de (oude) Babylonische astrologie niet relevant zijn voor het duiden van de Ster van Bethlehem. De Duitse filoloog Stephan Heilen liet zien dat de Griekse astrologie wel interpretatiemodellen heeft die begrijpelijk maken wat er gebeurde. Babylonië was toen ‘vergriekst’ en Alexander de Grote had er de Griekse astrologie geïntroduceerd. Het lijkt er dus toch het meest op, dat de magiërs daar vandaan kwamen. 

Dan Perzië, het huidige Iran, dat verder weg ligt. De magiërs uit Perzië stonden even hoog aangeschreven als die uit Babel en waren even goed ontwikkeld. Zij kunnen nazaten zijn geweest van leerlingen van Zoroaster (circa 1000 v.Chr.) die voorspeld had, dat er ooit een koning zou opstaan die over alle volken zou heersen en die een afstammeling van Abraham zou zijn.[2] De benaming ‘magi’ wordt in literatuur uit de tijd voor Christus vooral gebruikt voor deze Zoroastrische priesters.

Al heel vroeg in de geschiedenis van de kerk meenden christenen, dat de magiërs uit Perzië kwamen. Christenen in de catacomben van Rome schilderden magiërs met Perzische gewaden (typerende mutsen en broeken). Ook veel kerkvaders meenden dat ze uit Perzië kwamen. Maar baseerden zij hun mening op overgeleverde verhalen uit de eerste helft van de eerste eeuw? Dat is niet bekend. Volksverhalen zijn vaak niet gebaseerd op feiten. Toen Marco Polo op zijn reis naar China (van 1271-1295) in Perzië was, in het plaatsje Saveh, kreeg hij van bewoners daar te horen, dat de magiërs vanuit die plaats aan hun reis begonnen waren. Wetenschappers hebben dit met argumenten als onbetrouwbaar afgewezen. In Perzië (Iran) doen nog steeds verschillende volksverhalen hierover de ronde. Maar dit is waarschijnlijk puur legendevorming, waaraan niets zekers is te ontlenen.

 

Conclusie

Er kan niet met zekerheid vastgesteld worden waar de magiërs vandaan kwamen. Er zijn inmiddels talloze boeken en artikelen met even zoveel theorieën over gepubliceerd en bediscussieerd, maar verder dan dat komt het niet. Hooguit zou gesteld kunnen worden dat het het meest waarschijnlijk lijkt, dat de magiërs uit Babel of Perzië kwamen. Mattheüs kan het woord 'Magi' in de Schrift (de Griekse Septuagint) alleen tegengekomen zijn in het boek Daniël. Het is dus mogelijk, dat hij heeft gedacht aan magiërs uit Babel. Hij volstond echter met ‘uit het oosten’. Dat is blijkbaar voor de lezer voldoende. 

Mattheüs noemt ook geen datum waarop de ster in het oosten verscheen. Voor hem is belangrijker, dat de magiërs in Jeruzalem aankomen. Met het woord ‘zie’ in vers 1 plaatst hij daar een uitroepteken bij. Het oude Woord uit Micha is evenwel onmisbaar om hen in Bethlehem te brengen. Uiteindelijk bracht God zelf de magiërs bij Zijn Zoon als teken en voorbode van de toekomstige omvangrijke bekering van heidenen.  

 

[1] G.H. van Kooten in een nieuwsbericht op www.rug.nl/news/2014/12/studium-generale-star-bethlehem

[2] De verwachting van een komende wereldheerser in Judea is overigens ook bij Romeinse historici, zoals Suetonius en Tacitus, te lezen.