STAMT MARIA VAN DAVID AF?
INTRO
“Is Maria een nakomelinge van koning David?” Wie deze vraag stelt krijgt steevast, en dat al eeuwen lang, het geijkte antwoord: “Vanzelfsprekend, anders zou Jezus niet uit het zaad of de lenden van David zijn, naar de Schriften. Want Jozef is Zijn vader niet, dus is Maria de schakel naar David”. Dat klinkt logisch.
Maar waarom zwijgt het NT dan over haar afstamming en wijst het enkel en herhaaldelijk naar Jozef, de zoon van David, als schakel tussen Jezus en David? Is een biologische lijn van David naar Jezus via Maria dan eigenlijk wel nodig en bedoeld? En moest Maria nu wel davidisch zijn of misschien juist niet? Uit het vervolg zal blijken, dat het “bewijzen” van Maria’s afstamming van David inderdaad vruchteloos en nutteloos is. We inventariseren hieronder wat er te zeggen valt over Maria’s afkomst en met name van een eventuele davidische afkomst van haar.
- Maria’s afstamming ontbreekt
Maria’s afstamming wordt in het NT nergens expliciet genoemd.[1] Zelfs niet op plaatsen waar je dit vooral zou verwachten, zoals Lukas 1:27 of 2:4,5.[2] Mattheüs en Lukas deden geen enkele moeite die te vermelden. Maria’s afstamming wordt consequent (bewust?) door hen weggelaten en lijkt er niet toe te doen. Als haar afstamming van David zo cruciaal zou zijn als sommigen beweren, dan zou verwacht mogen worden dat de Auteur van de Schrift de evangelisten had ingegeven om het op te schrijven. Maar de Geest vergist Zich niet en dat moet ons wat (alles) te zeggen hebben.
Zeer opvallend is dat Lukas de afstamming van Zacharias, Elizabet en Anna en herhaaldelijk die van Jozef wel noemt, maar precies niet die van Maria. Wist hij die niet? Dat lijkt onwaarschijnlijk, want hij wist wel dat Maria’s tante Elizabet levitisch was en zo ook Maria’s vader of moeder, of wellicht beiden. Maria kan dan dus een levitische geweest zijn. Gesteld nu eens dat alleen Maria’s moeder levitisch was, zou Lukas, die alles nauwkeurig onderzocht, dan niet geweten hebben van welke stam haar vader was, zeker als dat Juda of, meer specifiek, het geslacht van David betrof? Dat is onaannemelijk. Het lijkt er meer op, dat Maria’s afstamming voor Lukas geen toegevoegde waarde had met betrekking tot oudtestamentische profetieën. Juist bij Lukas valt dit op. Hij heeft het meeste over Maria geschreven (en heeft haar vermoedelijk gesproken) en zou het beslist vermeld hebben als Maria van David stamde. Nu hij dat niet deed rechtvaardigt dit de gedachte, dat Maria dan ook niet tot het nageslacht van David behoorde. Lukas en Mattheüs vermelden trouwens evenmin de naam van Maria’s vader en moeder. Als het om haar familie gaat is het enige gegeven, dat er bloedverwantschap is met de levitische Zacharias en Elizabet. Maria is de Griekse vorm van Mirjam, Mozes’ levitische zuster. Lukas insinueert met de vermelding van Zacharias en Elizabet dat ook Maria levitisch is en hij weerspreekt dat later niet. Hij accepteerde dus dat zijn lezers zouden aannemen dat Maria en haar vader levitisch waren.
- Een leessleutel?
Opvallend is trouwens het volgende, wat als een mogelijke leessleutel beschouwd kan worden. Volgens Mattheüs 1:23 werd de profetie uit Jesaja 7:14 “Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven” vervuld in de maagd Maria. In de profetie wordt net zo min als bij Maria vermeld wie de vader en moeder van de maagd zijn en tot welke stam zij behoort. Uit niets is af te leiden, dat zij davidisch is.
- Bijbelteksten
Er is geprobeerd om Maria’s afstamming van David af te leiden uit verschillende Bijbelteksten in het NT. Men noemt dan Lukas 1:27,[3] Romeinen 1:3, Handelingen 2:30 en 2 Timotheüs 2:8. Zie voor de weerlegging ervan het websitemenu: Zaad van David - lenden Davids
- Hypothesen
Verder werden er tal van hypothesen opgesteld om Maria’s afstamming van David te “bewijzen”. Zo werd met veel inlegkunde de stamboom van Jozef in Lukas 3:23 aan Maria toegeschreven. Geen enkele hypothese kan echter onweerlegbaar aantonen dat Maria davidisch is. Reeds het bestaan van talloze hypothesen bewijst, dat een werkelijk en onomstotelijk bewijs van Maria’s afstamming van David niet geleverd kán worden. Daar komt bij dat elke theorie zijn zwakke of dubieuze kanten heeft of zodanige fouten bevat dat de hele theorie ongeldig is. Een overzicht van de bekendste hypothesen en de weerlegging ervan zijn te vinden op het websitemenu Hypothesen Maria's afstamming.
- Vooronderstelling
Maar is Maria’s afstamming van David niet gewoon de grote vooronderstelling in het NT? Dit is een verlegenheidsoplossing die nader onderzoek en het gesprek erover blokkeert. Bovendien gaat deze stelling geheel voorbij aan de vraag of het terecht is dát Maria davidisch móét zijn. Als dat niet zo is dan heeft deze vooronderstelling geen waarde.
- Familiehuwelijk?
Een ander argument is, dat men vaak binnen de familie trouwde. Het zou dan aannemelijk zijn, dat Jozef en Maria familie van elkaar waren, nazaten van David.[4] Echter, een mogelijkheid is nog geen bewijs. Het kan ook anders geweest zijn. We weten het gewoon niet en de Schriftgegevens wijzen er in elk geval niet op. Maria kan heel goed levitisch geweest zijn, Lukas hield dat open.
- Calvijns bekentenis
Ook Johannes Calvijn zag in dat Maria’s afstamming van David niet te bewijzen valt. Hij deed de nogal opvallende uitspraak - die weinig of geen aandacht kreeg in de literatuur - “zij zou immers uit den stam van Juda hebben kunnen zijn, zonder tot het geslacht van David te behoren”[5]. Dat betekent dat Calvijn het niet noodzakelijk vond dat Maria davidisch moest zijn. Hij hield in deze uitspraak wel zonder nadere motivatie (dacht hij aan Hebreeën 7:14?) vast aan haar afstamming van Juda, hoewel ook dat niet vanuit de Schrift te bewijzen en relevant is.
- Een niet-valide redenatie
Maria’s afstamming van David werd als noodzakelijk verondersteld en daarom aangenomen vanwege de profetieën in het OT, dat de Christus uit het zaad van David of uit de lendenen van David zou komen, wat op biologische afstamming moest wijzen. Nu Jozef Jezus niet heeft verwekt moet dat dus gerealiseerd zijn via Maria. Er werd vervolgens gedaan alsof een geboorte uit haar gelijkstond met “uit het zaad” of “uit de lendenen” van David. Dit is echter geen valide redenering, die ook niet door de Schrift wordt gesteund. De oudtestamentische profetieën moeten echter niet fysiek verstaan worden. In het websitemenu Zaad van David - lenden Davids wordt hierop gedetailleerd ingegaan. Doordat Jezus geboren is binnen het huwelijk van Maria met Jozef is Hij wettelijk gerekend tot een Nakomeling van David. Niet voor niets vermelden Mattheüs en Lukas het geslachtsregister van Jozef, terwijl ze in alle talen zwijgen over Maria’s afkomst. In beide geslachtsregisters gaat het om de lijn David-Jozef-Jezus. Het is dan ook overbodig om bijvoorbeeld de profetische woorden “uit het zaad” of “uit de lendenen” van David, een man, over te brengen op de geboorte uit een vrouw, een eventuele davidische Maria. De lijn die het NT zelf aangeeft vergroot juist het wonder van God hoe Jezus Zoon van David werd zonder biologisch van hem af te stammen. Op ongedachte wijze, buiten menselijke berekening, heeft God Zijn belofte aan Davids huis vervuld. Een overzicht van de bewijsteksten waarin Mattheüs en Lukas Jezus’ afstamming enkel relateren aan Jozef staat in het websitemenu Had Jezus Davids DNA?
- Profetie en vervulling
Jezus is niet verwekt door een man uit Davids geslacht en dus geen fysieke Nakomeling van David. De evangelisten lieten het daarbij als zijnde voldoende en wezen eenduidig en herhaaldelijk op Jozef als de wettelijke vader, door wie Jezus tot Davids Nageslacht gerekend is. Maria wordt daartoe door hen verder niet genoemd. Dat wil dus zeggen, dat de vermeende fysieke afstamming van de Messias van David, zoals de oudtestamentische profetieën lijken te suggereren, niet ingelezen moet worden in de nieuwtestamentische uitkomst, of daar overheen gelegd moeten worden, maar juist andersom! De uitkomst of vervulling (geen fysieke afstamming) bepaalt hoe de oudtestamentische profetieën verstaan moeten worden.[6] Dat betekent, dat niet alsnog een fysieke afstamming van Jezus van David (via Maria) vanuit het OT aan het NT moet worden opgedrongen. De evangelisten deden dat ook niet.
- Zinloos
Er is dus in het geheel geen noodzaak voor een bloedlijn van David naar Jezus via Maria. Daarom is het ook geheel zinloos om een eventuele davidische afkomst van Maria te veronderstellen en te “bewijzen” met allerlei hypothesen.
- Op losse schroeven
Door Jezus’ afstamming van David kunstmatig te definiëren vanuit Maria (in plaats van Jozef) wordt deze niet “gered”, maar juist op losse schroeven gezet. Wat niet Schriftuurlijk is werd leidend. Wat juist wel Schriftuurlijk is wordt als ontoereikend beschouwd.
- Geen achterdeurtje
In Jeremia 22:30 wordt over koning Jechonia het oordeel uitgesproken, dat niemand van zijn nageslacht nog zal zitten op de troon van David en weer heersen in Juda. Zo werd het natuurlijke fysieke koningschap voorgoed afgesneden van het huis van David (de afgehouwen tronk, Jesaja 11:1). Van Jechonia stamt Jozef af. Jezus was echter niet de biologische zoon van Jozef en kon dus wel Koning zijn. Zie uitgebreider het websitemenu Het oordeel over Jechonia.
Een biologische afstamming van de Messias van koning David en zijn huis was dus afgesneden![7] Maar dat zou dan ook Maria treffen als zij davidisch was! Blijkbaar was Maria dat dus niet. Als we doen alsof Jezus’ geboorte uit Maria gelijk staat met een geboorte uit het zaad van David (op zich al een onmogelijk construct), dan omzeilen we dus via een achterdeurtje het oordeel over Jechonia! Het ligt dus ook daarom in de lijn der verwachting, dat Maria niet van David afstamt en dat dit ook precies de reden is waarom haar afstamming niet is vermeld en vermeld hoefde te worden.
- Nieuw probleem
Als we eraan vasthouden, dat Jezus via Maria de Nakomeling van David is, dan doet zich in verband met het voorgaande trouwens een nieuw probleem voor. Er zou dan duidelijk moeten blijken, dat Maria niet via Jechonia van David afstamt, maar via een andere lijn, gesteld al dat dit geldig zou zijn omdat het niet de koningslijn is. Door het onvermeld blijven van Maria’s afstamming in het NT is dit echter niet te bewijzen. Het NT kent dit dilemma niet, wat er op kan wijzen dat Maria niet davidisch is.
- Het grote wonder
We zagen hiervoor, dat het huis van David werd uitgeschakeld in het voortbrengen van de Messias. Van de kant van het geslacht van David telt er in het voortbrengen van de Messias fysiek gezien niets mee, noch van Jozef, noch van Maria. Beiden zijn hierin enkel receptief. Maria en Jozef krijgen de Davidszoon beiden van buitenaf “in de schoot geworpen”. Maria letterlijk, Jozef figuurlijk.
Zo schakelt God alle menselijke inbreng in Zijn heilsplan uit. Op ongedachte wijze en in de weg van menselijke onmogelijkheid volvoert God Zijn eeuwige raad. Door dan toch via Maria een biologische afstamming van Jezus van David naar voren te schuiven negeren we het Schriftgetuigenis. Maar zo verkleinen we het grote wonder, dat de Messias Zoon van David is zonder dat Hij fysiek uit David voortkomt. Zo verkleinen wij ook de eer van God, Die dit alles zo bestuurd heeft. Dit Bijbelse gegeven leidt bij velen tot de kennelijke angst dat we hiermee iets fundamenteels kwijtraken. Dat is echter geenszins het geval, het maakt het grote wonder van de Menswording van Christus alleen maar groter.
- Maria als representant.
Doordat Maria’s afstamming niet genoemd wordt staat zij als het ware model voor, of representeert zij, alle vrouwen uit alle stammen van Israël, die hoopten de door God na de zondeval beloofde Verlosser voort te brengen. Het Nageslacht van Eva zou immers de slang overwinnen. In Maria is dit collectieve verlangen vervuld door de geboorte van haar Kind, de Mens geworden Zoon van God.
- Jozefs positie cruciaal
Last but not least: door steeds te benadrukken dat Jezus via Maria toch eigenlijk de echte Zoon van David is, miskennen wij de unieke positie van Jozef. De Schrift wijst immers enkel naar hem voor Jezus’ behoren tot het huis van David. Daarom is Jozef onmisbaar in de geboortegeschiedenis van Jezus. Hij wordt door een engel niet voor niets nadrukkelijk als “Zoon van David” (Mattheüs 1:20) ingeschakeld om Jezus’ wettelijke vader te zijn. Hij is vooral de cruciale schakel door wie de Messias geschonken is aan Davids huis en daarmee Zoon van David en rechthebbende op de troon werd.
Voetnoten:
[1] Zie onder andere H.A.W. Meyer e.a. in het Kritisch-exegetischer Kommentar über das Neue Testament, 1873, in de Engelse vertaling van de zesde editie door Frederick Crombie, T&T Clark, Edinburgh, 1880. In de Opmerking bij Lukas 3:23 stelt hij: “…. that Mary’s Davidic descent is wholly without proof, and extremely doubtful”.
[2] Slechts één handschrift, uit de Codex Sinaiticus Syriacus (eind 4e of begin 5e eeuw), heeft in Lukas 2:4 dat ‘zij’ (Jozef en Maria) uit het geslacht van David “waren”. Dit lijkt een bewuste verandering. Aan dit ene handschrift kan dus geen doorslaggevende waarde worden toegekend.
[3] Grammaticaal slaat “het huis van David” alleen op Jozef. Zie ook Jakob van Bruggen, Christus op aarde, 102. Calvijn betrekt in zijn Verklaring van de Bijbel, Evangeliën dit vers evenmin op Maria.
[4] Mart-Jan Paul, Mattheüs, Labarum Academic, Apeldoorn, 2025, p. 41.
[5] Calvijn in een preek over Mattheüs 1/Lukas 3 en in zijn Verklaring van de Bijbel, Evangeliën, in de vertaling van A. Brummelkamp, Kampen, 6 januari 1871, pag. 94.
[6] “We hoeven niet jaloers te zijn op de interpretatiekunst waarmee men vandaag de dag nog steeds gelooft uit Rm 1,3 (2 Tm 2, 8) te kunnen bewijzen dat Paulus geloofde in de davidische afkomst van Maria. Maar het aller verkeerdste is om naar de letter van profetieën als 2 Sam 7:12; Ps. 89:5; 132:11 (Hand 2:30), de geschiedenis, waarin zij hun vervulling gevonden hebben, te willen overheersen, in plaats van, omgekeerd, uit de getuigenissen van de evangelie geschiedenis te herkennen wat in de OT-profetieën een door de tijdsomstandigheden bepaald voorstellingsmiddel is en wat daarin de eeuwig geldende ideeën zijn” (Theodor Zahn, Kommentar zum Neuen Testament, Band III, Lucas, Leipzig/Erlangen, 1920, pag. 76, noot 80 bij Lukas 1:27).
[7] H.N. Ridderbos, Korte Verklaring der Heilige Schrift, Mattheüs I, Kok-Kampen, vijfde druk, p. 27, stelt, dat op het beslissende moment Davids huis wordt uitgeschakeld. Hij vervolgt (cursiveringen van hem): “Die kunnen de Messias niet voortbrengen. Christus moet aan Abraham en David in de volle zin van het woord gegeven worden, buiten de natuurlijke ontwikkeling of medewerking van Davids geslacht om”.
TvdB 26012026/12