Jozef en de beschrijving

 

Lukas 2:1 En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden.
2. Deze eerste inschrijving vond plaats toen Cyrenius over Syrië stadhouder was.
3. En ze gingen allen op weg om ingeschreven te worden, ieder naar zijn eigen stad.
4. Ook Jozef ging op weg, van Galilea uit de stad Nazareth naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was,
5. om ingeschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was.

Het antwoord op de vraag wat ‘de beschrijving’ (Luk. 2:1) inhield en wanneer deze plaatsvond, is niet eenvoudig. In een aparte bijdrage elders wordt hierop uitvoerig ingegaan. In elk geval ligt een volkstelling en/of registratie ligt het meest voor de hand, zonder belastinginning. De Joden waren vrijgesteld van belasting rechtstreeks aan de Romeinen. Toen dezen dit in 6 n.Chr. wilden invoeren leidde dit meteen tot een opstand onder leiding van Judas de Galileeër.

Jozef moest er volgens Lukas voor naar Bethlehem. Ook hieruit blijkt, dat Jozef geen burger van Galilea (Nazareth) was en daar geregistreerd moest worden, maar nog van Judea (Bethlehem) en daar voor de registratie heen moest. In Galilea was deze volkstelling overigens niet van kracht. Galilea viel niet onder het bewind van Herodes de Grote, maar van Herodes Antipas. Uit een inschrijvingsbevel (papyrus) uit 104 n.Chr. van de prefect Gaius Vibius Maximus uit Egypte, dat daar in 1905 is ontdekt, blijkt, dat men het bevel kreeg om naar de eigen woning (lett. ‘haard’, woonplaats, de ‘eigen stad’) terug te keren om de telling of registratie mogelijk te maken. Wie tijdelijk van huis was, moest dus terug naar zijn woonplaats. Dat was dus blijkbaar op Jozef van toepassing. Bethlehem was dus nog altijd zijn officiële woonplaats.

Uit de zinsnede ‘omdat hij uit het huis en het geslacht van David was’ (Luk. 2:4) begrepen velen, dat ieder naar de plaats van zijn voorgeslacht moest. Dat zou vaak onuitvoerbaar zijn, want welk voorgeslacht en in welke plaats is dat dan? Welk belang hadden de Romeinen hier trouwens bij? Het beeld van een massale volksverhuizing is dus onjuist. De meeste mensen konden gewoon thuisblijven.

Dat hij naar Bethlehem moest, had daarnaast waarschijnlijk te maken met het feit, dat Jozef lid was van het koninklijk geslacht van David. Als ieder voor de beschrijving naar zijn eigen stad (woonplaats) moest, dan had Lukas een punt kunnen zetten achter de zin ‘Ook Jozef ging op weg, van Galilea uit de stad Nazareth naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet’. Maar hij voegt eraan toe ‘... omdat hij uit het huis en het geslacht van David was’. Nu had hij ‘uit het huis van David’ al vermeld in hoofdstuk 1:27. Met deze tweede vermelding in hoofdstuk 2:4 legt Lukas mogelijk een verband met het afleggen van een loyaliteitsverklaring waarvoor Jozef naar Bethlehem moest. Leden van koninklijke families, zoals in dit geval die van David, moesten soms in hun plaats van afstamming verklaren geen aanspraken op de troon meer te maken en een eed van trouw afleggen. Daar zijn voorbeelden van gevonden. Na opgave van naam en leeftijd van zichzelf, zijn vrouw en kinderen, moest men onder ede een verklaring van trouw ondertekenen. Josephus maakt melding van zo’n loyaliteitsverklaring circa anderhalf jaar voor de dood van Herodes, dus rond de tijd van Jezus’ geboorte. Dat maakt het verklaarbaar dat het juist in de stad van David drukker was met gasten dan anders. Meer nazaten van David moesten zich dan in Bethlehem melden in plaats van in hun eigen woonplaats.

Als Jozef met Maria in Bethlehem aankomt, kan hij daar geen onbekend, noch onbelangrijk persoon geweest zijn. Bethlehem is nog steeds ‘zijn’ stad. Er woont familie van hem, men kent hem nog.[1] Dat er voor Jozef geen plaats zou zijn in Bethlehem is in het licht hiervan ondenkbaar en kwetsend voor de plaatselijke familie. Zie ook de bijdrage over de beschrijving onder het menu Datering.

 

[1] SV kanttekening 7 bij Lukas 2:3: ‘…vanwaar hij afkomstig was en waar zijn geslacht woonde’.